6 meerkeuzevraag (2p)

Je bent student en je bent bezig met de voorbereiding PKV-MT-hart.


Je bent student en je bent bezig met de voorbereiding PKV-MT-hart.

Aortaklepinsufficiëntie: vermoeidheid bij inspanning, verhoogde bovendruk, verlaagde onderdruk, volumebelasting, hoge pols regulair equaal, apex palpabel buiten midclaviculairlijn. Over het hart hoor je een diastolische souffle. Longen sonore percussie met vesiculair ademgeruis. Hoe korter en rauwer het geluid hoe ernstiger de lekkage is.
Mitralisinsufficiëntie: kan als gevolg van een hartinfarct met stentplaatsing, holosystolische souffle graad ¾ is hoorbaar, zit ook vast aan de eerste toon. Dit geruis is het best hoorbij bij de ictuscordis en veel harder dan bij een aortaklepstenose.
Tricuspidalisinsufficiëntie: holosystolisch, hoogfrequent geruis dat vast zit aan de eerste toon, het geruis is het beste hoorbaar langs het sternum en neemt toe bij inspiratie
Pulmonalisinsufficiëntie: conform het geluis van de aortaklepinsufficiëntie maar meestal veel laagfrequenter. Aortaklepstenose: een systolisch crescendo-decrescendogeruis, laagfrequent en ruw van karakter, bij zeer ernstig zal het zich verplaatsen naar het eind van de systole.
Mitralisstenose: diastolisch roulement, punctum maximum ter hoogte van de apex cordis, meestal erg zacht en alleen hoorbaar bij de apex in linkerzijligging.
Pulmonalisstenose: systolische souffle
Ventrikelseptumdefect: Systolische souffle in descrescendo met punctum maximum op de 3e en 4e intercostaal ruimte links parasternaal. Ook is de souffle 3/6 hoogfrequent. Pericarditis: Grieperig, 4e intercostaal ruw geruis bij systole en diastole
Atriumfibrillatie: een polsdeficit (verschil tussen het aantal samentrekkingen van het hart en kloppingen van de pols, als het hart niet genoeg kracht op kan bouwen dan voel je geen pols) en een irregulaire pols, géén pulsus paradoxus (extreme verlaging van systolische bloeddruk door bijvoorbeeld harttamponade)

Bij trommelstokvingers passen ook ictus 2 cm van de midclaviculair lijn, gedempte percussie over de linker long-onderkwab, tonthorax.

Tentamenvragen

19 meerkeuzevraag (2p)

1. naar links vergroot hart
2. myxoedeem aan de benen
3. crepitaties over de longen
4. hoge centraal veneuze druk
5. vergrote lever
6. presacraal oedeem bij bedlegerige patiënt
Welke van deze bevindingen passen bij een rechtsdecompensatie?
4,5,6
Je discussieert met een medestudent over de auscultatie van het hart wat je bij PKV hebt geleerd. Je medestudent beweert het volgende: 1 Het geruis van een aorta-stenose kun je het beste horen in voorover gebogen houding. 2 De fysiologische splijting van de 2e toon is het best hoorbaar tijdens de expiratie 3 De systole duurt langer dan de diastole. 4 De klok van de stethoscoop gebruik je voor laagfrequente tonen en geruisen. Welke beweringen is of welke zijn juist? b 1 en 4

Je discussieert met een medestudent over het lichamelijk onderzoek van het hart
Een medestudent doet vier beweringen over een onregelmatige hartslag:
1  Een onregelmatige hartslag, waarbij een regelmatig basisritme wordt gevonden 
is altijd onschuldig.
2  Bij atriumfibrilleren is de pols altijd inaequaal.
3  Een regulaire pols is altijd aequaal.
4 Bij extrasystolen kan de pauze tussen twee slagen langer of korter zijn dan 
gemiddeld.

Welke twee beweringen zijn juist?
 2en4

Je meet de CVD uit in centimeter ten opzichte van de angulus Ludovici.
Als je bij lichamelijk onderzoek de Centraal Veneuze Druk (CVD) meet, druk je deze uit in centimeter ten opzichte van de angulus Ludovici.
Waarom kan bij een sterk verhoogde CVD deze meting niet liggend worden verricht (afgezien van het ongemak voor de patiënt)? Omdat het samenvallen van de vloeistofkolom in de vena jugularis dan niet zichtbaar is.


Je bent student. Je bent bezig met de voorbereiding van VO-PKV-hart.

Vier beweringen over het onderzoek van de vaatboom zijn:

1 Je palpeert zowel de arteria iliaca als de aorta abominalis.

2 Je ausculteert zowel de arteria carotis als de arteria femoralis.

3 Je palpeert in de arm zowel de arteria brachialis als de arteria radialis en de arteria ulnaris.
4 Je palpeert de arteria dorsalis pedis achter de malleolus lateralis.

Welke twee beweringen zijn juist?

2 en 3

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.